‘Marcel, wil jij een paar woorden op papier zetten? Gewoon, wat leuke zinnen. Bij wijze van hartelijke groet. Niks geks. En oh ja, stick alsjeblieft een beetje to the point.’ Tuurlijk wil ik dat. Even iets leuks schrijven. Kattebelletje. Doe ik toch ff. Vind het fijn en belangrijk om zo nu en dan wat van ons te laten horen. Ook via deze weg. Online zwaaien naar onze gewaardeerde relaties en opdrachtgevers. Ik draai er mijn hand niet voor om.

Inmiddels, toch zeker een uur later, zie ik nog steeds dat tergend langzaam knipperende cursorretje op mijn scherm. Alsof ie tegen me zeggen wil: “Je bent nog niet echt veel opgeschoten, is het wel?”. Het dansende streepje heeft gelijk. Misschien is dat ook wel een beetje het gevoel dat ik heb. Dat het niet echt opschiet. Een gevoel van heel graag (verder) willen, maar niet echt vooruitkomen. En soms ook niet altijd even goed weten hoe. Misschien lukt het daarom zo moeilijk om mijn gedachten te ordenen.

Bijzonder

In de voorbije weken heb ik met veel van onze opdrachtgevers en relaties contact gehad. Tuurlijk, via app of Skype, per mail of telefoon, maar toch. Contact. Over wat hen en mij zakelijk bezighoudt. De gevoelens van onrust incluis. Maar vooral ook om even te vragen hoe het gaat, of iedereen oké is, gezond, of het allemaal een beetje vol en uit te houden is. Het is bewonderenswaardig om te horen hoe iedereen zijn of haar zaken regelt. Organiseert. Doet. Managet. Met soms een partner die per abuis het beeld in loopt. Met soms een kindje dat om aandacht vraagt. Een poes over het toetsenbord. Het geeft zo’n andere kijk op mensen die ik vaak al best lang ken, maar met wie de ontmoetingen zich hoofdzakelijk afspelen binnen de muren van kantoorgebouwen of soms in een eettentje om de hoek voor een snel broodje tussen de middag. Maar dan niet met een wollen trui, wilde haardos of ongeschoren koppie.

Het thuis zijn leidt ook tot andere gesprekken. Met collega’s en vrienden. Maar ook met hen. Meer persoonlijk, meer betrokken, meer dichtbij. Het geeft verdieping aan professionele verstandhoudingen. Ik vind het bijzonder en betekenisvol om dat op deze manier te mogen ervaren. Hoop dat te kunnen blijven doen, ook als we elkaar weer in het echt treffen. Ik ben velen zeer erkentelijk voor de mooie gesprekken, inzichten, handreikingen en de soms geruststellende woorden en positieve signalen.

Ongemakkelijk

Dat gevoel heb ik ook als ik kijk naar mijn collega’s, naar ‘onze’ ZB’ers. Alle praktische belemmeringen ten spijt, zoals alle stopgezette, uitgestelde, teruggebrachte opdrachten – geloof me dat zijn er best een boel. Elke dag opnieuw geven zij alles en nog veel meer voor onze opdrachtgevers, voor ons bureau, voor elkaar. Hun volharding, betrokkenheid en toewijding zijn even indrukwekkend als hartverwarmend. Ik kijk er met waardering en respect naar. Ben er dankbaar voor. Ondertussen probeer ik als baas van ons bureau de goede dingen te doen. Of hoe noem je dat als je probeert ons mooie bedrijf door deze moeilijke tijd heen te loodsen? Met, soms tegen beter in, ook steeds weer die oproep aan ons netwerk: ‘Als je nog hulp of ondersteuning kunt gebruiken, weet ons dan alsjeblieft te vinden.. We hebben best wat ruimte.’

Het voelt soms best ongemakkelijk, die vraag stellen. Hoewel het ook gewoon hoort bij het leven aan bureauzijde (met of zonder corona), dat zoeken naar mooie nieuwe opdrachten. Kan je het in deze tijden eigenlijk wel maken? Die vraag stellen? Alsof de ander niet genoeg aan zijn hoofd heeft. Alsof het daar nu de tijd voor is. Of is hierin een beetje kwetsbaar zijn juist heel sterk? Door gewoon aan te geven dat we best wat impact ervaren en dat proberen het hoofd te bieden. Waar doe je goed aan, en waaraan niet?

Wat ik na een heleboel nachten onrustig slapen en zorgen over hoe we deze periode (zeker als het heel lang gaat duren) moeten doorkomen, wel weet? We geven het beste, we doen wat we denken dat nodig is en wat we kunnen. Ook als het gaat om kansen en mogelijkheden. ‘Maak van je hart geen moordkuil, vraag gewoon, maak bespreekbaar, wees open’, zei een van onze opdrachtgevers me laatst. Toen ik informeerde naar… nou ja, je snapt het. Hij heeft gelijk. What more can we do?

Handshake

Hoor net ‘In de malle molen van het leven’. Liedje van Heddy Lester. En op zijn Paul de Leeuws gezongen door Paul de Leeuw. Het zijn twee hele kleine woordjes. Maar veel treffender laat deze tijd zich niet samenvatten. Een malle molen. En dat is het. Waarin we allemaal ons rondje meedraaien. Linksom of rechtsom. Ik snak ernaar om weer naar buiten te mogen. Ik verheug me op kantoor (en op onze lekkere koffie). Op mijn collega’s. Kan niet wachten op weer eens een good old handshake. Of een milkshake, zo’n lekkere lobbige bij de big M. Gewoon omdat het kan.

Ik kijk uit naar het opnieuw inplannen van de afspraken met relaties en opdrachtgevers die in de voorbije weken uit mijn agenda zijn verdwenen. En samen met hen op dat kantoor of in dat restaurantje na te denken over ‘samen mooie dingen doen.’ Ik verlang er naar om weer op te starten wat is stilgelegd, om op te pakken wat is neergelegd, om aan de slag te gaan met wat is weggelegd. Ik kan niet wachten.

‘Niet te uitgebreid hoor, dat stukkie. Je bent altijd al zo lang van stof. En nu ook op papier. Zitten mensen echt niet op de wachten. Als ze lange verhalen willen lezen, kopen ze wel een krant. Stick to the point.’

Ben er nog zo voor gewaarschuwd door mijn lieve collega’s. Ze hebben gelijk. De kans dat deze laatste woorden jullie dan ook bereiken, is dus buitengewoon klein. Best stom eigenlijk. Aangezien het voor mij juist de belangrijkste zinnen uit dit verhaaltje zijn: bedankt voor de fijne contacten, ook in deze moeilijke tijd. Voor de mooie samenwerking, gesprekken en adviezen. Blijf gezond. Pas goed op jezelf. Tot gauw!

Bekijk alle nieuwsberichten