Op de cover staat: ‘Hoe vaak doen we het? Op welke tijdstippen? En waar?’. Mijn eerste gedachte was: ja hoor, daar gaan we weer, seks sells, weer een tijdschrift dat leeft van waar en hoe en hoe vaak en met wie en met wie nog meer. Weer een soort Viva, een aftreksel van Cosmo, een stoerdoenende glossy voor meisjes op leeftijd. Maar nee, snel naar mijn tweede gedachte: het is een covertekst op het nieuwe blad Bicycling. Bicycling: voor ervaren toerfietsers, maar zeker ook voor stártende hobby-isten. Andere coverteksten: ‘Zo word je sterker en fitter na elke rit’. ‘Ohlala, 13 verrukkelijke fietsen getest’. ‘De 12 tochten die je in Nederland gereden moet hebben’. ‘20 pindakaas-ideeën’. ‘Waarom fietsen zo waanzinnig lekker is. Pag. 60’. Ja, ook bij Bicycling houdt men van getallen: 13, 12, 20, 60. Een getal suggereert dat er over nagedacht is, en meestal is dat ook zo.

Dus: hoe vaak doen we het, op welke tijdstippen, en waar? Jonge mensen tussen de 20 jaar en 34 jaar fietsen het liefst ’s avonds, ben je eenmaal de 50 gepasseerd dan gaat de voorkeur uit naar 9.00 uur ’s ochtends. Tot de tien meest bereden fietsplekken van ons land behoren de Keutenberg, de Cauberg, de Eperbaan in Vijlen (Limburg) en, ook in Limburg: de Bemelerberg. Bicycling zegt: ‘Van wielrennen word je slimmer, sneller, fitter en je kweekt er jaloersmakende quadriceps mee. Een handleiding in elf stappen’. Stap 7, de tussensprint: ‘Wanneer je snelle fietsvriend uit het zadel gaat voor een demarrage, moet je niet te snel de achtervolging inzetten. Bij een sprint gebruik je vooral fast-twitch-spiervezels, die kunnen veel kracht genereren, maar dat is slechts van korte duur’. En zo nog veertig regels.

Een beétje publieksblad kan niet zonder Bekende Nederlanders. Als je de goéie maar kiest. En dat doen ze. Hoofdredacteur: Laurens ten Dam, met zijn lessen van de levensgenieter: ’Ik hou van kamperen én van barbecueën. Wat is daar nu gek aan?’ Dank, Laurens! De hoofdredacteur staat pontificaal levensgroot op de cover. Het nummer was trouwens al gedrukt vóor de Roze Wolk van Tom Dumoulin. Hele Tom komt niet in het blad voor. De andere BN’ers vinden we klein terug op de cover. De zadelpijn van Eric Corton: ‘Ik ploeterde rondjes van twintig kilometer en had pijn in mijn hol, last van mijn rug en een constante stijve nek’. De fietsgroep van Tim Krabbé: tussen Kerst en Oudjaar staat een rondje IJsselmeer op het programma. De keuzes van Thijs Zonneveld: ’Mijn laatste columnbundel heet De Suikerspin. Ik heb ‘m zo genoemd omdat de koers een suikerspin is. Prachtig en lekker, maar wel met een smerig scherp stokje erin’.

Citaten

‘Ik kon pas lezen toen ik 9 was’ (Aart Staartje, Sesamstraat, V-magazine)
‘Nergens schijnt een mens zo snel impotent te worden als in het totaal troosteloze Zoetermeer’ (Nieuwe Revu, over Zoetermeer)
‘En toen kreeg ik die reclame van Slankie toegeschoven. Van dat loon heb ik drie maanden huurachterstand betaald. En ineens zat ik bij DWDD’ (Miss Montreal, 100%NL)
‘Yvon, hou op! Al die hysterische printjes en dat boerenbont! Hou óp!’ (Stylist Fred van Leer over de kleding van Yvon Jaspers, Glossy)
‘Er zijn allerlei alternatieve woordjes voor piemel, maar een vrouw geeft haar vagina zelden een andere naam’ (Goedele Liekens, Nieuwe Revu)
‘De chirurg verving mijn rechterscheenbeen compleet door mijn linkerkuitbeen. Ik was dus letterlijk donor van mijn eigen bot’ (Bo Kramer, deelnemer Paralympische Spelen, 100% NL)

Share:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestShare on TumblrEmail this to someonePrint this page

Reageer